Discover

Eerste Grote Watersnoodramp Search Results

About Eerste Grote Watersnoodramp

No pages found for Eerste Grote Watersnoodramp

Eerste Grote Watersnoodramp Companies

No directory listings found matching your search. Do you want to submit your listing?

Eerste Grote Watersnoodramp Articles

No articles about Eerste Grote Watersnoodramp found. Want to add one?

Eerste Grote Watersnoodramp Trips

No trips found for Eerste Grote Watersnoodramp

Eerste Grote Watersnoodramp Videos

Sabbingers zijn Belgen! (deel-2)
In het Verdronken Land van Saeftinghe staat op een verhoging een onderkomen voor mensen en vee. Zoals dit natuurgebied in de Westerschelde er nu bij ligt, zal het eiland Wolphaartsdijk er 1000 jaar geleden uit hebben gezien. Al voor de eerste bedijkingen verhogen bewoners de nederzetting met zand, klei, mest, graven, afval en woningresten. De oudste verwijzing naar het eiland Wolphaartsdijk dateert uit 1105. Zeeland wordt die eeuw getroffen door grote overstromingen. In 1134 starten de bewoners na alweer een stormvloed een bedijkingsoffensief. Het eiland met de kernen Sabbinge en Oostkerke komt binnen een dijkring te liggen. In 1206 of 1208 (precies bij de datum zit een vochtveeg, verder is het document in goede conditie) wordt Aegidius van Sabbinge als getuige genoemd in een oorkonde. De oorkonde bevat de oudste, gedateerde vermelding van de naam Sabbinge. Stormvloed na stormvloed Omstreeks 1250 geeft Wolfert van Borssele opdracht voor de bouw van een kasteel, het latere onderkomen van de Heren van Sabbinge. Tijdens de Sint Aagtenvloed op 5 februari 1288 verdwijnt bijna heel Zeeland onder water. Alleen de hoge duinen op Walcheren en de polder waarin Sabbinge ligt (nu nog steeds + 0,6 meter ANP) overstromen niet. Geschiedschrijver Melis Stoke rijmt hierover: "Al Zeeland verdronc zekerlike, zonder Walcheren en Wolfaersdike". Maar tijdens een zware stormvloed in 1334 verdwijnt nagenoeg het hele eiland Wolphaartsdijk alsnog onder water. De polder rond Sabbinge wordt weer ingedijkt en blijft bewoond. Ad Beenhakker: "Het is het enige, steeds bewoond gebleven deel van het oude eiland Wolphaartsdijk". Pas tijdens de watersnood van 1953 komt de Oud-Sabbingepolder tot de heupen in zeewater te staan. Voornaamste dorp van Wolphaartsdijk Sabbinge is honderden jaren de voornaamste woonkern van het eiland. Daar liggen verder nog de dorpen Hongersdijk, Westkerke en Oostkerke. "Die laatste twee namen geven aan dat Sabbinge het centrum van het eiland was", benadrukt Ad Beenhakker. Hongersdijk en Westkerke verdwijnen tijdens stormvloeden definitief onder water. Oostkerke heet nu Wolphaartsdijk. Sabbinge bouwt omstreeks 1200 de eerste kerk. Rond 1400 maakt de kerk plaats voor een groter Godshuis. Beenhakker: "Woningen die te dicht bij de kerk stonden zijn toen gesloopt of verplaatst om plaats te maken voor het kerkhof. Zo ontstond de mooie ronde Ring". Einde van het eiland In 1809 leggen Rotterdamse speculanten in het oosten de Wilhelminapolder aan. Het waterschap Zeeuwse Eilanden pompt er het eiland Wolphaartsdijk nog steeds vast aan Zuid-Beveland. Tot het eind van de negentiende eeuw bestaat Oud-Sabbinge voornamelijk uit de Ring. Veel gezinnen wonen in arbeidershuisjes bij de boerderijen in de polders. Omstreeks 1900 trekken deze naar Oud-Sabbinge en worden er ook woningen gebouwd langs de toegangswegen. Beenhakker: "De voornaamste uitbreiding vindt plaats langs 't Slop. Deze huidige Prins Bernhardstraat was de verbindingsweg met Oostkerke. Dit soort uitbreidingen vond bijna overal plaats in de richting van het grotere dorp. Op de Ring is een woning gesloopt om 't Slop goed te ontsluiten, tot dan moesten de paardewagens er door een steeg". De uitbreiding langs 't Slop sluit aan op de woningen die daar rond 1800 al zijn gebouwd (en waarvan enkele nog steeds zijn bewoond). Autobezit nekt middenstand Oud-Sabbinge is tot ver na de Tweede Wereldoorlog zelfvoorzienend met een eigen smid, wagenmaker, een aantal bakkers, slagers, een kapper, visboer, een klompenmaker, kruideniers en een warenhuis. De opkomst van het autobezit maakt hier ook in Oud-Sabbinge een eind aan: de middenstand bezwijkt. Het dorp loopt leeg en bijna een kwart van de huizen is in de jaren zeventig vakantiewoning. De gemeente ontmoedigt dit recreatieve gebruik met succes en geleidelijk werd Oud-Sabbinge weer een levendige woonkern. Weliswaar zonder voorzieningen (in 1973 sluit ook de openbare lagere school) maar ironisch genoeg is het ontbreken daarvan verantwoordelijk voor de beschemde status die Oud-Sabbinge nu heeft: de geprefabriceerde nieuwbouwwijken schragen elders het draagvlak voor onderwijs en zorg. Oud-Sabbinge bouwde nimmer een monotone nieuwbouwwijk en is daardoor een van de meest authentieke gehuchten in Zeeland. En de boer? Die zwoegt voort. Nog steeds.